Het aantal vrouwen met genitale verminking in Nederland is de afgelopen jaren gestegen, van 40.994 in 2018 naar 43.428 in 2023. Dit blijkt uit nieuwe cijfers van Pharos, het expertisecentrum Gezondheidsverschillen, die dinsdag werden gepresenteerd tijdens een symposium over vrouwelijke genitale verminking.
Naast deze groep lopen naar schatting nog eens 29.000 meisjes in Nederland de komende twintig jaar risico op besnijdenis. Het gaat om meisjes uit landen waar deze praktijk veel voorkomt. Een kleiner aantal, ongeveer 2.600 meisjes, loopt volgens onderzoekers een „reëel risico” om besneden te worden, bijvoorbeeld omdat besnijdenis binnen hun familie gebruikelijk is.
Het komt regelmatig voor dat meisjes na hun vakantie besneden terugkomen
Vrouwelijke genitale verminking – het (gedeeltelijk) verwijderen of beschadigen van de uitwendige geslachtsdelen zonder medische reden – is vaak gebaseerd op ideeën over vrouwelijkheid en seksualiteit. Door besnijdenis worden meisjes soms gezien als rein, kuis en huwbaar.
In Nederland is deze praktijk al meer dan dertig jaar verboden en strafbaar, met een maximale gevangenisstraf van zestien jaar. Het is ook strafbaar als de besnijdenis in het buitenland wordt uitgevoerd bij iemand die in Nederland woont.
Lees ook
Nieuwe rituelen vervangen de meisjesbesnijdenis in Masai-gemeenschappen
‘Topje van de ijsberg’
Het Pharos-onderzoek wijst uit dat de stijging van het aantal besnijdenissen samenhangt met migratie. Steeds meer vrouwen in Nederland zijn geboren in landen waar genitale verminking voorkomt. Ongeveer tweederde van de besneden vrouwen in Nederland komt uit Somalië, Ethiopië of Eritrea. Meisjes met een achtergrond in Egypte, Irak en Ghana lopen ook risico.
Er zijn twee groepen: vrouwen die al besneden waren toen ze naar Nederland kwamen, en meisjes die hier geboren zijn en alsnog risico lopen, bijvoorbeeld tijdens een vakantie in hun land van herkomst.
Pharos meldt dat er in andere Europese landen, zoals Frankrijk, Italië, Zwitserland en het Verenigd Koninkrijk, aanwijzingen zijn dat de ingrepen ook daar worden uitgevoerd. In Nederland is hier geen bewijs voor. Gynaecoloog Wendela Kolkman stelt dat het naïef zou zijn om te denken dat dit in Nederland niet gebeurt. Ze behandelt wekelijks besneden vrouwen in het HagaZiekenhuis en zegt: „Het is het topje van de ijsberg.”
Kolkman merkt op dat het onderwerp moeilijk bespreekbaar is, zowel binnen migrantengemeenschappen als bij professionals. Hulpverleners en artsen schamen zich soms om het gesprek aan te gaan, terwijl dit wel hun taak is. Dit komt deels door onzekerheid, bijvoorbeeld angst om culturele grenzen te overschrijden of het vertrouwen van patiënten te verliezen. Hierdoor kunnen signalen gemist worden.
Ook is er soms een gebrek aan kennis bij zorgverleners. Vrouwen en meisjes die vaak bij de huisarts komen met bijvoorbeeld een blaasontsteking, krijgen niet altijd de juiste diagnose.
Vooral preventie
De stijging van het aantal besneden vrouwen betekent niet automatisch dat de problematiek beter in beeld is. Veel vrouwen vinden nog niet gemakkelijk de weg naar de Nederlandse zorg, vooral als ze net in Nederland zijn of de taal niet spreken. Vrouwen in asielzoekerscentra hebben vaak andere, dringendere problemen en zijn nog niet toe aan voorlichting over besnijdenis.
Senait Tekie, die als ‘sleutelfiguur’ voor de GGD in Den Haag werkt, vertelt dat het regelmatig voorkomt dat meisjes na hun vakantie besneden terugkomen. Ze informeert vooral Eritrese vrouwen over de gevaren van genitale verminking. Tekie is zelf besneden toen ze een paar maanden oud was. Volgens Pharos worden de meeste meisjes tussen hun vierde en twaalfde levensjaar besneden, afhankelijk van het land.
Uit onderzoek van het WODC bleek eind vorig jaar al dat potentiële slachtoffers onvoldoende worden beschermd
Genitale verminking kan leiden tot ernstige lichamelijke en psychische problemen. Bij de meest ingrijpende vorm, waarbij de vaginale opening wordt vernauwd, kan de bevalling problematisch verlopen. Kolkman zegt dat vrouwen vaak niet weten dat hun klachten met de verminking samenhangen. Een operatie kan complicaties voorkomen of verhelpen.
De Nederlandse aanpak richt zich vooral op preventie en zorg, minder op strafrechtelijke vervolging. Sleutelpersonen uit bijvoorbeeld de Somalische of Ethiopische gemeenschappen spelen een belangrijke rol door contact te leggen met ouders en meisjes en voorlichting te geven over de gevaren van vrouwenbesnijdenis.
Verbod in het Verenigd Koninkrijk
Uit onderzoek van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum (WODC) bleek vorig jaar dat potentiële slachtoffers onvoldoende worden beschermd en vaak „(te) laat of helemaal niet in beeld” zijn. Het WODC pleitte voor extra wetgeving en beschermingsmaatregelen.
In het Verenigd Koninkrijk kan een uitreisverbod worden opgelegd als er signalen zijn dat een meisje tijdens een vakantie in het land van herkomst besneden dreigt te worden. Hulpverleners, leraren of familieleden kunnen hiervoor een gerechtelijk beschermingsbevel aanvragen. In Nederland komt dit zelden voor. Sinds het besnijdenisverbod is er in Nederland nog nooit een strafzaak geweest.
Kolkman benadrukt dat de cijfers van Pharos de noodzaak van blijvende aandacht onderstrepen, niet alleen in de zorg maar ook in het onderwijs. Elke besneden vrouw die passende zorg krijgt, is een stap voorwaarts, maar echte preventie begint bij bewustwording: „Hier, maar vooral in de landen waar het veel voorkomt.”
Lees ook
‘Aantal vrouwenbesnijdenissen afgelopen acht jaar toegenomen tot 230 miljoen’
